Verhofstadt wil fonds voor vergoeding joodse oorlogsslachtoffers  
 
 
De Morgen, 25 september 2000
(Brussel - eigen berichtgeving) Als het van eerste minister Guy Verhofstadt afhangt, dan wordt er ook in België, net als bijvoorbeeld in Duitsland, Frankrijk en Zwitserland, een fonds opgericht voor de vergoeding van bezittingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in ons land van joden werden gestolen. Bij een herdenkingsplechtigheid voor holocaustslachtoffers in de Mechelse Dossinkazerne stelde hij voor dat regering, banken en verzekeringen het fonds samen zouden spijzen. "We kunnen niet achterblijven ten aanzien van andere landen waar de joodse gemeenschap intussen voor de geleden schade werd vergoed", zei Verhofstadt. "Het kan niet dat meer dan vijftig jaar naar de feiten ons land een deel van zijn geschiedenis niet heeft uitgeklaard".
In 1997 werd er in België, na onthullingen over verdwenen joodse tegoeden in Zwitserland, een commissie opgericht die moest onderzoeken wat er met de bezittingen van de joodse gemeenschap was gebeurd. Een eindverslag wordt pas in juli van volgend jaar verwacht, maar nu is volgens Verhofstadt al duidelijk dat de tol van de slachtoffers ook bij ons " onaanvaardbaar en weerzinwekkend" is. Zo staat het vast dat ook bij Belgische banken onbeheerde rekeningen van joodse titularissen kunnen worden teruggevonden, dat er bij verzekeringsmaatschappijen niet uitgekeerde polissen werden gelokaliseerd en dat er joodse tegoeden bij de overheid belandden. "Dat dat in sommige gevallen in overeenkomst met de Belgische wetgeving is gebeurd, ontslaat ons niet van onze plicht tot eerherstel", zei de premier.
In de eerste plaats zou het fonds gebruikt worden om rechthebbenden die nog in leven zijn of nabestaanden hebben, te vergoeden. Met de middelen die overblijven (doordat er geen nabestaanden meer zijn) wil Verhofstadt een "stichting met doeleinden van algemeen en hoogstaand nut" financieren. Zelf denkt hij aan de strijd tegen racisme, onverdraagzaamheid en schendingen van de mensenrechten, maar ook de joodse organisaties moeten voorstellen kunnen formuleren. Ook voor de samenstelling van de stichting verwacht Verhofstadt ideeën van de joodse gemeenschap. (RG)