Inventaris joods bezit geen zoethoudertje
 
Veel joodse families proberen al decennia te achterhalen wat er is gebeurd met geld of ander eigendom dat door de nazi’s werd geroofd. Zoals veel westerse landen benoemde ook de Belgische regering in 1997 een commissie die in kaart moet brengen wat er met de joodse bezittingen is gebeurd. Tegen juli 2001 moet die commissie haar rapport klaar hebben. Historicus Rudi Van Doorslaer, directeur onderzoek bij de commissie, zegt dat het werk vrij goed opschiet.
Hoe begin je daaraan, aan zo’n speurtocht naar onbeheerde joodse tegoeden?
Door twee sporen te combineren. Eerst brengen we in kaart hoe de joodse gemeenschap in België in 1940 was samengesteld. We hebben een databank op basis van de originele Duitse archieven. De Duitsers steunden zelf op gegevens die ze van de Belgische bevolkingsadministratie hadden gekregen in de herfst van 1940. Die gegevens zijn tamelijk accuraat, het is pas later - bij de invoering van de jodenster - dat ambtenaren met opzet slordig werden om de Duitse bezetter te hinderen.
En hoe krijgen de nabestaanden dan hun geld?
Daarvoor moet een andere commissie opgericht worden. Het vergoeden van de rechthebbenden is buitengewoon ingewikkeld. Je hebt de vraag welke claims gerechtvaardigd zijn, maar je hebt ook de vraag hoe je de waarde van al die bezittingen - geld, waardepapieren, goud,… - kunt waarderen in onze huidige munt. Als je dat overlaat aan de banken en verzekeraars zelf, krijg je onrechtvaardige verschillen. Daarvoor moet een wettelijk orgaan gecreëerd worden. Die commissie zal met een zekere uniformiteit, volgens een globale herwaarderingscoëfficiënt oordelen.
Banken en verzekeraars betalen, terwijl ze hun beslissingsmacht uit handen moeten geven.
Maar er is ook een voordeel aan voor hen. De banken of verzekeraars die het fonds stijven, zetten ook een definitieve streep onder het verleden. Ze kopen een stuk rechtszekerheid. Ze moeten niet bang meer zijn voor schadeclaims in de toekomst.
Wie komt uiteindelijk voor vergoeding in aanmerking?
Alleen diegenen met aanwijsbare tegoeden. Wij doen niet aan herverdeling over alle nabestaanden van joodse slachtoffers. Maar we beperken ons ook niet tot nabestaanden die al een claim hebben ingediend. We hebben al veel aanwijzingen over in beslag genomen bezittingen gevonden van families die misschien zelf nergens van weten. Die mensen zullen we op de hoogte brengen.
 
 
De Standaard, 26 september 2000
 
Van onze redacteur Steven De Foer - Tijdens een herdenking van de slachtoffers van de holocaust stak premier Verhofstadt zondag de nabestaanden een hart onder de riem. Het zal niet blijven bij een steriel onderzoek naar wat er met geroofde joodse bezittingen is gebeurd. Samen met banken en verzekeraars wil de regering ook een fonds oprichten dat voor de uitbetaling moet zorgen.
Daarnaast verzamelen we alle mogelijke sporen van goederen en bezittingen. Zo hebben we bij verzekeringsmaatschappijen systematisch de lijsten opgevraagd van niet uitbetaalde levensverzekeringscontracten. Die hebben uitstekend meegewerkt. We doen op dit ogenblik hetzelfde met de financiële instellingen. Maar er zijn duidelijk hiaten in de archieven van verzekeraars en banken. Ook die hiaten brengen we in kaart. Op basis van macro-economische gegevens over de sectoren en markten toen kunnen we dan proberen de reële situatie in te schatten.
Antwerpse joden die na de oorlog naar Amerika zijn geëmigreerd, kunnen een brief uit België in de bus krijgen?
Inderdaad. We werken al intens samen met onze Amerikaanse tegenhangers. Helaas kennen de Verenigde Staten geen nationaal bevolkingsregister; dat is daar per staat geregeld. Dus als wij alleen een eerste adres in de Verenigde Staten hebben: begin maar op te sporen, hé… Maar we proberen het wel.
Veel joodse families zijn geheel uitgeroeid in de concentratiekampen. Wat gebeurt er met tegoeden zonder erfgenaam?
Dat saldo gaat naar een stichting die de overheid in samenwerking met de joodse gemeenschap zal oprichten. Het is niet de bedoeling dat joodse organisaties het geld onderling verdelen, zoals in Nederland. Wij hopen dat de joden, morele erfgenamen van dat geld, zich niet opsluiten in het verleden maar zich richten op de toekomst. Iets in de mensenrechtensfeer, heeft de premier hen gevraagd.
Is dit een laat mea culpa van de Belgische staat?
Dat is wat te sterk geformuleerd. Wat het roven van joodse bezittingen betreft, was de Belgische overheid niet verantwoordelijk. Iets anders is wat na de bevrijding met de onbeheerde nalatenschappen is gebeurd. Niets illegaals, die nalatenschappen werden beheerd zoals alle onbeheerde nalatenschappen. Maar moest er niet iets extra’s gedaan worden? Met de ogen van vandaag heeft de Belgische overheid toch morele verplichtingen tegenover het verleden. Het resultaat van de genocide kon niet langer genegeerd worden.